...Ga uit van het denkbare, niet van het haalbare...

Introductie

“Iedereen zei dat het niet kon. Toen kwam er iemand die daarvan niet op de hoogte was en die deed het.” Epictetus[1]

De onvrede over de situatie in het land is groot. Het is echter goed om te beseffen dat het huidige Nederland een momentopname is in de geschiedenis. Onze Nederlandse geschiedenis kent veel roerige tijden en kenmerkt zich door voortdurende veranderingen. Het gaat daarbij steeds om het beschermen van de Democratische Rechtstaat tegen uitholling van binnenuit en tegen aantasting van buitenaf. Ook de huidige toestand zal eindig zijn. Daarom is de vraag die we ons als Nederlandse bevolking dienen te stellen:

“In welke richting willen wij dat ONS zich ontwikkelt en hoe kan dat worden bewerkstelligd?”

De Nederlandse burger wil graag gewonnen worden voor een duidelijke visie op de toekomst en deel hebben aan de realisatie hiervan. Als alle ontwikkelingen en veranderingen het volk als het ware overkomt en men er geen invloed op kan uitoefenen, zal er een gevoel van machteloosheid en onverschilligheid ontstaan: ''Ze doen toch maar waar ze zin in hebben''. Men is dan sterk geneigd zich naar binnen te keren en uitsluitend te richten op het privé domein, waarbinnen men meent nog wél enige invloed te kunnen uitoefenen. Dit proces bevordert ook een vlucht in materialisme en nihilisme.

De betrokkenheid op de samenleving zal op die manier steeds verder afnemen met alle gevolgen van dien.

Bovenstaande vraag zal dus niet achter gesloten deuren beantwoord kunnen worden door de politici, want dan zal de onvrede alleen maar toenemen. De Nederlandse geschiedenis leert dat ons volk overheden erkent voor zover deze hen dienstbaar willen zijn en weinig opheeft met overheden die voor­namelijk ten dienste staan van zichzelf. Het was dan ook halverwege de 16e eeuw de vrije wil van het volk om Willem van Oranje een leidende rol te geven in de strijd tegen de Spaanse onder­drukker.

Door de eeuwen heen is telkens gebleken dat de positie van de overheid gedragen moet worden door het volk. Dat geldt ook voor ons huidige politieke bestel met haar constitutionele monarchie, dat niet alleen bestaat “bij de gratie Gods”, maar ook bij de gratie van het volk.

Dat het volk zelf een stem wil hebben ten aanzien van grote veranderingen blijkt wel uit de hoge opkomst bij het referendum over de Europese grondwet. Het “Nee” bij het referendum was een correctie van de bevolking op het chronische tekort aan invloed op de positie en toekomst binnen de Europese Unie. Maar ook uit andere recente ontwikkelingen blijkt dat de burgers hun stem willen laten horen. Sinds 2002 is een veelheid aan nieuwe politieke partijen, politieke discussie­platforms en denktanks opgericht. Het is aan Pim Fortuyn te danken dat de interesse voor politiek weer sterk is toegenomen. Voor korte tijd leek het erop dat dankzij deze bijzondere man de mening van de burgers opnieuw weerklank vond en dat zij weer invloed konden uitoefenen op de gang van zaken in het land. De echte kwesties betreffende het leven van alle dag kwamen op de politieke agenda te staan.

De roep om een nieuwe charismatische leider klinkt hier en daar. Politieke partijen zoeken naarstig naar de man of de vrouw die daaraan voldoet en bij de volgende verkiezingen hun partij naar zetelwinst kan loodsen. Daarbij gaat men voorbij aan het feit dat veel kiezers zich niet meer herkennen in de politiek van de huidige partijen. Een aantal punten zijn Fortuyn is overgenomen, maar terugblikkend op de verkiezingsstrijd van 2002 vloeit dat beslist niet voort uit de eigen politieke ideologie en drijfveren. Hoewel sommige zaken op de agenda zijn gezet laat de slagvaardigheid van de partijen te wensen over. Bij de grote partijen worden wel pogingen gedaan om partijhervormingen door te voeren, maar zodra posities en macht van partijgenoten in het geding zijn schrikt men uiteindelijk terug. De overheid is ten gunste van zichzelf uitgegroeid tot een log apparaat met een overvloed aan moeizame regels en procedures. De effectiviteit van de overheid blijkt bepaald niet recht evenredig met haar omvang.

Ook bij bestaande partijen is het besef aanwezig dat er een nieuwe koers moet worden ingeslagen, maar het blijkt in de praktijk onmogelijk de last van het verleden af te werpen. Er is geen echte bereidheid om desnoods ten koste van handhaving van de eigen positie de democratie en vooruitgang boven alles te stellen. De tijd is daarom rijp voor een nieuwe partij die, in tegenstelling tot de bestaande partijen, de maximale vrijheid bezit om zowel qua inhoud als effectiviteit een andere koers te varen.

Het blijkt wel de nodige tijd te vergen om een gemeenschappelijke visie en streven te ontwikkelen en tegelijkertijd onderling vertrouwen en discipline op bouwen. ONS wil hieraan werken, samen met alle Neder­landers die zich aangesproken voelen, omdat ons land dat meer dan waard is.
 

WIE OF WAT IS NEDERLAND ER WAAR GAAT HET HEEN?

Volgens ONS heeft de huidige toestand in het land alles te maken met het spannings­veld tussen de verschillende vrijheden en met de begrenzing van kerk en staat. Sinds de Franse revolutie zijn de begrippen ''vrijheid, gelijkheid en broederschap'' het devies in de moderne westerse wereld. Van de “broederschap” is, mede door de ontkerkelijking en toenemend indivi­dua­lisme, in tegenstelling tot “vrijheid, gelijkheid” steeds minder overgebleven.

Zo blijkt dat de vrijheid om de Nederlandse taal niet te spreken, tot vervreemding leidt en averechts werkt op de verbroedering. Taal is immers de basis voor wat mensen samenbindt. Ook blijkt de vrijheid om de eigen afwijkende cultuur in Nederland onvervalst voort te kunnen zetten en daarvoor ‘respect’ te eisen, de desintegratie van de samenleving in de hand te werken. Deze ontwikkeling is niet tijdig een halt toe geroepen, door het individualisme en een opgelegde en verwrongen vorm van tolerantie. De rechterlijke macht heeft hieraan bovendien een eigen bijdrage geleverd door normen en waarden van andere culturen in ogenschouw te nemen bij de bepaling van de straf­maat (zoals bij eerwraak). Het resultaat is dat in de laatste decennia door de ongebreidelde vrijheid in ongebondenheid en het gelijk stellen van normen en waarden uit andere culturen, de Nederlandse identiteit ernstig is geërodeerd.

Tegelijkertijd blijkt ook de begrenzing van kerk en staat sinds tijden weer actueel. Na de ontkerke­lijking heeft vrijwel niemand kunnen bevroeden dat aan dit basiselement van onze democratie weer geknaagd kon worden. Kleding die onontkoombaar in eerste instantie verwijst naar het geloof van de persoon en niet, of pas in tweede instantie, naar de publieke functie die een persoon vervult, wordt door een aanzienlijk deel van de bevolking niet gewaardeerd en als vervreemdend ervaren. Met name in overheidsfuncties kan dit ten koste gaan van het beeld van de neutrale overheid. In het huidige tijdsbestek zou bovendien omwille van de kwijnende saamhorigheid en meelevendheid op zijn minst terughoudendheid betracht kunnen worden wat betreft uitingen van levensovertuiging middels kleding. Uiteraard is het zeker ook zo dat vijandigheid ten opzichte van religie evenmin een samenbindende kracht in zich bergt. Daarbij zij aangetekend dat kritiek niet gelijk staat aan hostiliteit. Ronduit verontrustend is dat her en der inmiddels geluiden opgaan dat er een ander gerechtelijk bestel – de sharia- in plaats van of naast het huidige ingevoerd moet worden, op basis van on-Nederlandse normen en waarden. Daardoor kan twijfel gewekt worden bij mensen of de continuïteit van de democratische staatsvorm in Nederland in de toekomst wel is gegarandeerd.

Door de eeuwen heen hebben Nederlanders ziel en zaligheid gegeven om het land in betere staat aan de volgende generatie over te dragen. Om democratie, vrijheid en een saamhorigheidsgevoel te bewerkstelligen ondanks religieuze of etnische verschillen. Die taak geldt ook onze generatie. Wij zijn nu de rentmeesters. Dat betekent dat wij willen behouden wat Nederland tot eer strekt en tegelijkertijd voluit de kansen willen benutten voor verdere ontwikkeling van een veilige, leefbare en welvarende samenleving temidden van de andere volken.
 

In dit besef wil ONS streven naar:

  • Een Nederland met strikte scheiding van kerk en staat, met godsdienstvrijheid, respect voor en erkenning van het belang en de vormende werking van religieuze beleving die in zijn maatschappelijke uitingen niet strijdig is met de grondbeginselen van onze samen­leving zoals neergelegd in de grondwet en onze in de afgelopen eeuwen gevormde joods-christelijk-humanistische cultuur;
  • Een Nederland gebaseerd op waarden en normen voortvloeiend uit onze gevestigde cultuur, onder strikte handhaving van deze waarden en normen als basis van cultuur­behoud en bevordering van de saamhorigheid in de samenleving. Waarden en normen zoals een hoge moraal, medemenselijkheid, zelfbeperking, zelfopoffering, verantwoordelijk­heidsgevoel, plichtsbesef en integriteit worden in alle geledingen van de samenleving bevorderd. Aldus ontstaat een inhoudsvolle en dus bevredigende levensstijl voor een ieder. Aangezien de Nederlandse jeugd een beslissende rol speelt bij behoud van cultuur en het herstel van saamhorigheid, is het noodzakelijk ervoor zorg te dragen dat alle jongeren gelijkelijk de kans krijgen én benutten om zich te ontwikkelen tot een volwaar­dig lid van de Nederlandse gemeenschap, ongeacht de maatschappelijke achtergrond of herkomst, maar met inachtneming van gezamenlijk gedragen uitgangspunten en verplichtingen. Jongeren moeten worden opgevoed in het besef dat er meer is dan alleen maar materiële en emotionele behoeftebevrediging, opdat zij gemotiveerd raken om onze gemeenschap te continueren. 
  • Een Nederland dat in samenwerking met de westerse gemeenschap de democratische staatsvorm en de veiligheid van haar burgers met alle middelen, die haar ten dienste staan, veilig stelt tegen welke externe of interne bedreiging dan ook.
  • Een Nederland dat sociaal en liberaal is, zonder vrijheid in ongebondenheid. Een land dus dat maximale ontplooiingskansen biedt aan elk individu in een uitdagende omgeving, op weg naar een innovatief en zorgvuldig samengesteld perspectief. Daarbij treedt de zorgzame overheid zoveel als mogelijk terug uit het maatschappelijk domein en legt maxi­male verantwoordelijkheid bij het individu en daarop afgestemde maatschappelijke organisaties. Dit voorkomt tevens het inefficiënt en ongecontroleerd omgaan met geld van de belastingbetaler en andere vormen van machtsmisbruik bij de staat. Tevens schept het ruimere mogelijkheden voor de burger om zelf invulling aan zijn leven te geven. Aan de andere kant dient te overheid mensen die niet (meer) kunnen participeren in de maat­schappij te beschermen en zorg te dragen voor een menswaardig bestaan voor allen die hier legaal verblijven.
  • Een Nederland met een overheid die zich bewust is van haar dienende taak, waarbij de volksvertegenwoordigers en gezagsdragers hun verantwoordelijkheid jegens de samenleving en de individuele burger hogere prioriteit geven dan hun politieke carrière.
  • Een Nederland dat een volwaardig en verantwoordelijkheid nemend lid is van de inter­nationale gemeenschap. Een land dat lid is van Verenigde Naties, NAVO en Europese Unie, maar steeds voor ogen heeft dat ons lidmaatschap niet alleen plichten maar ook rechten verschaft. Rechten die ons bijvoorbeeld kritisch doen opstellen tegenover de lage graad van democratisering en goed bestuur bij het merendeel van de VN-leden. Bij het functioneren in die gemeenschap zal Nederland nooit concessies doen die ten koste gaan van het welzijn in Nederland. Wij zullen nooit Nederlandse uitgangspunten en belangen verkwanselen.

Kortom, een Nederland waar een samenhangende, alle Nederlandse burgers omvattende samenleving ontstaat en waarin een herkenbare Nederlandse identiteit wordt gewaarborgd. Dit met het oog op het saamhorig ontwikkelen van nieuwe structuren en leefstijlen in een hernieuwd perspectief biedende broederschap, zodat een hoopvolle en uitdagende toekomst ontstaat in Onze Nieuwe Samenleving: ONS!

Mevrouw Dr. R. van der Weide (Renata)
De heer L.H.M. Lammers (Berthoo)
De heer drs. L. Hartong (Lucas)


[1] Epictetus, evenals Seneca en Marcus Aurelius, verkondigde de leer van het Stoïcisme, een hoogstaande leer, die invloed heeft gehad op het vroege Christendom en die tot in de eerste en tweede eeuw na Christus bloeide. De Stoïcijn streeft naar een goede verstandhouding met zijn medemens, in wie ook de Logos leeft en hij verwerpt alle geweld tegen mens, dier en natuur. Hij voelt zich wereldburger (kosmopolitès) en verheven boven alle grenzen van ras, geslacht, nationaliteit, stand of geaardheid.