De Schijf van Vijf

Emmeloord, 16 mei 2026 | 

Het Voedingsinstituut kwam onlangs weer met een nieuw advies. De Schijf van Vijf moest opnieuw onder de aandacht worden gebracht, alsof wij als volwassen burgers niet meer in staat zijn zelf te bepalen wat er op ons bord ligt. Eén gehaktbal per week, maximaal driehonderd gram vlees waarvan slechts honderd gram rood, en verder vooral bonen, kool, sla en bloemkool. Aardappelen liever niet, want zetmeel, cholesterol, risico's. Het klinkt allemaal alsof eten een morele verplichting is geworden in plaats van een dagelijkse vreugde. Eet smakelijk, zou je bijna cynisch zeggen.

Toen ik klein was, waren de adviezen eenvoudiger en minder dwingend. De kennis van voeding was beperkt, maar de mensen die na 1900 opgroeiden, twee oorlogen doorstonden en aten wat de pot schafte, zijn ouder geworden dan welke generatie daarvoor ook. Aardappelen, groente, vlees — meer was het niet. Havermout in de ochtend, levertraan in de winter. Geen ingewikkelde schema's, geen apps, geen 65 werknemers van een instituut dat zichzelf in stand houdt met ANBI‑status en miljoenen aan overheidsgeld. Je vraagt je af waar ze zich eigenlijk mee bezighouden. Maar wie zijn baan moet rechtvaardigen, vindt altijd wel iets nieuws om te verbieden.

Misschien zouden ze hun blik eens op Amerika moeten richten, het land waar junkfood geen bijzaak is maar cultuur. Toen ik daar in de jaren zeventig woonde, keek ik mijn ogen uit naar de hamburgerhype die als een religie door het land trok. Voor ons, nuchtere Nederlanders, was het nauwelijks te bevatten. Inmiddels is het alleen maar erger geworden. Dáár is werk aan de winkel.

Maar goed, als we dan toch een Schijf van Vijf hanteren, laten we die dan eens toepassen op de echte problemen van dit land. Niet op ons bord, maar op onze samenleving.

Neem de wooncrisis. Jongeren die geen woning kunnen vinden omdat regelgeving bouwen onmogelijk maakt. Meer bouwen betekent meer aanbod en dus lagere prijzen — zo simpel is het. Banken zouden kunnen helpen met groeihypotheken voor starters, maar ook daar blijft het stil. Zonder ingrepen blijft de bouw achter en blijft een generatie in de wachtkamer staan.

Of de asielcrisis. De instroom is groter dan de opvangcapaciteit, en Nederland heeft simpelweg geen ruimte voor zorg, scholing, woningen of werk voor iedereen die hier aanklopt. De recente demonstraties — soms agressief, altijd veelzeggend — laten zien dat de rek eruit is. Geweld is nooit te rechtvaardigen, maar een samenleving kan maar zoveel spanning verdragen.

Dan de energiecrisis, grotendeels door onszelf veroorzaakt. Gasbronnen dicht, kolencentrales dicht, een moratorium op kernenergie — en dat alles zonder alternatief. Poetin kon zijn glimlach nauwelijks onderdrukken toen wij afhankelijk werden van buitenlandse energie. En nu importeren we voor miljarden Amerikaans gas. Kerncentrales zijn onvermijdelijk als we onze eigen energievoorziening willen veiligstellen. De huidige plannen zijn bij lange na niet genoeg.

De stikstofcrisis is een hoofdstuk apart. Nederland heeft zichzelf in een bureaucratische fuik gemanoeuvreerd, met als dieptepunt het beruchte stikstofkaartje van toenmalig staatssecretaris Van der Wal. Het land zit op slot, de politiek draait in cirkels, en niemand lijkt in staat de impasse te doorbreken.

En dan de klimaatcrisis. Miljarden verdwijnen in een bodemloze put, terwijl de gedachte dat wij als mens het klimaat kunnen sturen zowel ambitieus als naïef is. De natuur gaat haar eigen gang; wij kunnen slechts proberen onze rommel op te ruimen. En dat doen we niet eens goed. Wie door een supermarkt loopt, ziet een zee van plastic. Komkommers in folie, tomaten in bakjes, alles in een plastic tas mee naar huis. Dáár kan de overheid iets aan doen. Dat is geld dat wél zinvol besteed is.

Als een nieuwe coalitie zich op deze vijf thema's zou richten — de echte Schijf van Vijf — en de rest gewoon zou managen, dan zou het vertrouwen van burgers in de politiek snel herstellen. De bouw zou weer bouwen, de landbouw zou weer vooruit, de energievoorziening zou stabiliseren en jongeren zouden weer uitzicht krijgen op een eigen huis. Zo ingewikkeld is het niet.

En dan is er nog de Lelylijn, mijn zesde schijfpunt. Een spoorlijn die het Noorden verbindt met de rest van het land en het gevoel van eenheid versterkt. De kosten zijn veertien miljard, en Klaas Knot stelt voor dat bedrag in vijfentwintig jaar bij elkaar te sparen. Dat is wensdenken. Over vijfentwintig jaar is het minstens het dubbele. We kunnen het geld nu lenen — onze staatsschuld is laag, een van de laagste in Europa. De ruimte is er. Het lef ontbreekt.

Wie alleen spaart en nooit investeert, sterft langzaam af. Dat geldt voor bedrijven, voor boeren in de Polder, voor landen. De IJsselmeerpolders en de Deltawerken waren er nooit gekomen zonder visie en durf. Die tijd is voor de Lelylijn nu ook gekomen.

Peter N. Blauw